Ludmilla

‘Ludmilla of lijken aan de lopende band’ is in juni 1944 eenmalig opgevoerd door de Joodse gevangenen van kamp Westerbork. De tekst en het piano-uittreksel zijn pas enkele jaren geleden herontdekt.

Westerbork was in de oorlog een zogeheten doorgangskamp voor Joden. Ze werden hier enige tijd gevangengehouden om vervolgens op transport te gaan naar de vernietigingskampen in het Oosten. In Westerbork mochten de gevangenen Bonte Avonden organiseren om de sfeer in het kamp zo ontspannen mogelijk te houden. Drie Joodse theatermakers (Erich Ziegler, Willy Rosen en Max Ehrlich) waren de drijvende kracht achter de revues, die ook door kampcommandant Gemmeker werden bezocht. De Joodse uitvoerenden op het podium (de Gruppe Bühne) behoorden tot de beste acteurs en zangers van die tijd.

De laatste voorstelling in Westerbork was de operaparodie Ludmilla. De productie bleek een in grappen verpakte aanklacht tegen de nazi’s, aanleiding voor de kampcommandant om de Bonte Avonden daarna te verbieden. De handgeschreven partituur van de opera dook in 2012 op in de nalatenschap van de Joodse pianist-schrijver Ida Simons. Zij zat destijds ook in Westerbork.

Het theatergezelschap Punto Arte heeft een eigen versie van ‘Ludmilla of lijken aan de lopende band’ gemaakt. Uitgangspunt is de originele partituur. Door de voorstelling heen zijn herinneringen aan Westerbork verweven van onder meer journalist Philip Mechanicus (1889-1944) en Etty Hillesum (1914-1943). Beiden werden vanuit Westerbork naar Auschwitz getransporteerd en daar vermoord. Ook teksten van Ida Simons (1911-1960) zijn te horen tijdens de voorstelling. Zij heeft na de oorlog haar herinneringen verwerkt in haar boek ‘Een dwaze maagd’.

Marita Simons, schoondochter van Ida Simons, is blij dat de opera weer wordt uitgevoerd. “Dat dit werk, zo’n tastbare herinnering aan het leven in Westerbork, opnieuw gaat klinken, is voor mij heel bijzonder. Het is een eerbetoon aan de mannen, vrouwen en kinderen die zich aan hun menselijkheid vastklampten terwijl ze wisten dat ze weggevoerd zouden worden. De meesten van hen zouden niet terugkeren.”